Bijna drie jaar na de invoering van de Omgevingswet trekt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) een duidelijke conclusie: toezicht en handhaving in het milieudomein zijn moeilijker geworden. In het advies dat op 13 oktober aan het kabinet werd aangeboden, vat één geïnterviewde het treffend samen: "We houden toezicht op de kruimels in plaats van de koekjes." (bron)
Wat de Rli signaleert
De Omgevingswet gaat uit van vertrouwen: minder vergunningen, meer algemene regels en zorgplichten. Daar staat tegenover dat de overheid snel en doeltreffend moet kunnen optreden als het misgaat. Volgens de Rli lukt dat laatste nog onvoldoende. Het advies noemt onder meer:
- Versnippering. Eén bedrijf met meerdere milieubelastende activiteiten levert afzonderlijke meldingen en aanvragen op, die lastig in samenhang te beoordelen zijn.
- Minder tijd buiten. Toezichthouders zijn meer tijd kwijt aan administratie en komen minder vaak bij bedrijven. Daardoor blijven meer bedrijven onder de radar.
- Open normen. Zorgplichten en open normen vragen om meer onderbouwing, terwijl jurisprudentie die richting geeft nog maar mondjesmaat komt.
- Achteraf corrigeren. Omdat er minder vooraf wordt getoetst, komen fouten vaker achteraf aan het licht. Dat zorgt voor frustratie en onzekerheid, bij overheid én bedrijfsleven.
Wat dit betekent voor de praktijk
Als toezichthouders minder vaak ter plaatse komen, verschuift de vraag. Het gaat niet meer alleen om hoeveel inspecties u kunt uitvoeren, maar ook om hoe goed u de signalen benut die al binnenkomen.
Die signalen zijn er namelijk volop: klachten van omwonenden over geur, geluid of stof, meldingen van bedrijven, ongewone voorvallen, waarnemingen van collega's. Elk afzonderlijk zegt weinig. Samen vertellen ze vaak een duidelijk verhaal: een terugkerend patroon rond één locatie, een bedrijf waarover steeds op dezelfde tijdstippen wordt geklaagd, een incident dat aansluit op eerdere meldingen.
In de praktijk liggen die signalen alleen vaak verspreid over mailboxen, systemen en mensen. Dan ontstaat precies de versnippering waar de Rli voor waarschuwt, en ziet niemand de koekjes tussen de kruimels.
Drie vragen om uzelf te stellen
- Komen signalen over hetzelfde bedrijf bij elkaar? Kan een toezichthouder in één oogopslag zien welke klachten, meldingen en voorvallen er over een bedrijf of locatie zijn binnengekomen?
- Is de registratie bruikbaar voor analyse? Worden tijd, locatie, soort hinder en vermoedelijke bron consequent vastgelegd, zodat patronen zichtbaar worden?
- Gaat er iets terug naar de melder? Wie een klacht indient en niets terughoort, meldt de volgende keer niet meer, of juist drie keer. Beide maken het beeld minder betrouwbaar.
Tot slot
Het Rli-advies vraagt de minister om plannen om de regels beter te laten werken. Dat is belangrijk. Maar ook binnen de huidige regels valt winst te halen, door de informatie die al binnenkomt beter te benutten. Juist als de tijd voor bedrijfsbezoeken schaarser wordt, is een helder beeld van wat er speelt in de leefomgeving geen luxe, maar een voorwaarde voor goed toezicht.
Hoe wij dit in de praktijk zien
Bij de MilieuKlachtenCentrale, het gezamenlijke meldpunt van vier omgevingsdiensten, werken we met de Milieu Klachten Applicatie (MKA) precies langs deze drie vragen:
- Klachten, bedrijfsmeldingen en ongewone voorvallen komen samen en worden gekoppeld aan de vermoedelijke veroorzaker, zodat het beeld per bedrijf en locatie zichtbaar wordt.
- Meldingen worden gestructureerd vastgelegd en automatisch verrijkt, bijvoorbeeld met weergegevens van het KNMI. Zo worden patronen zichtbaar in rapportages en op de kaart.
- Iedere melder die contactgegevens achterlaat, krijgt een terugkoppeling: een ontvangstbevestiging, een statuslink en een bericht bij afhandeling.
Werkt u bij een omgevingsdienst of gemeente en herkent u dit? We horen graag hoe u met deze signalen omgaat. Lees meer over de Milieu Klachten Applicatie of plan een kennismaking.